Diveteam Scuba Sports.               Welkom, Gast
Startpagina
Hoofdmenu
Startpagina
Club Informatie
Activiteiten
Clubduiken
Zwembad
Artikelen
Nieuws
Fotos
Contact
Links
Download brochure
Polls
Welke Try Before You Dive activiteit zou jij nog willen doen?
 
Activiteiten
Login





Wachtwoord vergeten?
Bezoekers sinds 22/8/06

De Snoekbaars

De Snoekbaars

Hierbij een beschrijving van een vissoort die we tijdens nachtduiken ook wel regelmatig in het Nederlandse zoetwater tegenkomen. Gegevens zijn ontleend aan de Informatiebladen welke mij ter beschikking zijn gesteld door de OVB (Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij) te Nieuwegein.

Korte beschrijving

Wetenschappelijke naam: Stizostedion lucioperca

Engelse naam: Pike perch

Lengte: tot ca 120 cm.

De snoekbaars heeft 2 gescheiden rugvinnen, waarvan de voorste uitsluitend harde stekels heeft;

Op de rug en flanken lopen verticale, donkere banden en/of vlekken;

De bovenkaak loopt door tot achter het violet oplichtende oog;

Komt algemeen voor in met name troebele wateren; heeft daarbij voorkeur voor een stevige bodem;

Eet hoofdzakelijk klein vis.

Herkenning

De snoekbaars is vrij gemakkelijk te herkennen. Hij heeft een slanke lichaamsvorm. Opvallend daarbij zijn de twee gescheiden rugvinnen, waarvan alleen de voorste harde stekels bevat. De bovenkaak loopt door tot achter het violet oplichtende, wat glazig uitziende oog. Vaak wordt de snoekbaars daarom "Vadertje Glasoog" genoemd. De vis voelt ruw aan. In de bek zijn duidelijk enkele scherpe, vrij grote puntige tanden zichtbaar, naast een groot aantal kleinere tandjes. De rug van de snoekbaars is donker grijs tot groenachtig gekleurd. Vage verti­cale strepen of vlekken lopen van de rug door tot de flanken. De buikzijde van de vis is lichtgrijs tot wit. In ons land kan snoekbaars een maximale lengte bereiken van circa 120 cm bij een gewicht van 25 tot 30 pond.


Herkomst en verspreiding

Het natuurlijke verspreidingsgebied van de snoekbaars ligt van oudsher in Oost- en Midden-Europa. Door uitzettingen van snoekbaars sinds het einde van de 19de eeuw, vooral door onze oosterburen, kon de soort steeds verder in West-Europa doordringen. Door de voortschrijdende eutrofiëring zijn in Nederland veel wateren troebel geworden, waardoor de onderwaterplanten zijn verdwenen. Daar de snoekbaars uitstekend gedijt in troebel water, heeft de eutrofiëring de snoekbaars bevoordeeld en de snoek benadeeld. De kleinere snoek heeft immers helder water en voldoende waterplanten nodig om zich in redelijke aantallen te kunnen handhaven. De opmars van de snoekbaars werd zodoende een feit. Het is dus niet zo dat, zoals ten onrechte wel eens wordt beweerd, de snoekbaars de snoek heeft verdrongen! De snoekbaars komt behalve in grote diepe wateren tegenwoor­dig zelfs in grote aantallen voor in ondiepe troebele poldersloten en vaarten. Bovendien is gebleken dat de snoekbaars het ook goed kan uithouden in zwak tot matig brak water.

Voortplanting

Snoekbaars paait in Nederland in de periode eind april tot begin mei bij een watertemperatuur vanaf 12 °C. De mannetjes snoekbaar­zen kunnen, afhankelijk van hun groeisnelheid, reeds paairijp zijn bij 26 cm. De vrouwtjes zijn paai rijp bij 40 cm. Zeer karakteristiek voor de snoekbaars is dat het mannetje een "nest" maakt. Zo'n "nest" bestaat meestal uit een stukje door de vis schoongemaakte zand- of grindbodem. Voor zijn nest kan de vis ook een kuiltje maken in de bodem, totdat er plantenwortels of een steen vrijkomen.

Het mannetje bewaakt het nest totdat het vrouwtje arriveert. Hij zwemt vervolgens in cirkels rond het vrouwtje. De paring wordt ten slotte ingezet doordat beide vissen krachtig met hun lichaam trillen en schudden. Het mannetje blijft het nest bewaken tegen kuitrovers. Mocht je het geluk hebben om zo’n exemplaar op dat moment tegen te komen, blijf dan op enige afstand om het te observeren. Het mannetjes zal niet aarzelen om je aan te vallen!!! Dit zal echter geen grote gevolgen hebben, maar je kunt niet voorzichtig genoeg zijn. Bovendien houdt hij de afgezette eieren ook vrij van eventuele slibafzettingen door met de vinnen te waaieren.

Door de "nestzorg" van de snoekbaars komt onder ideale omstandigheden 95% van de bevruchte eieren tot ontwikkeling. Het snoekbaarslarfje komt bij circa 12 °C na ruim een week uit het ei. De "ouderzorg" van het snoekbaarsmannetje reikt niet verder dan het nest, daarna zijn de larven op zichzelf aangewe­zen.

Ontwikkeling en groei

Hoewel snoekbaars ook voorkomt in de koudere streken van Noord-Europa, is het toch een vissoort die warmteminnend is. Onderzoek heeft uitgewezen dat jonge snoekbaarsjes zich bij voorkeur ophouden in water van circa 26 °C. Ook de groeisnel­heid is, bij voldoende voedselaanbod, het snelst bij deze tempera­tuur. In Nederland komen bovengenoemde hoge watertempera­turen vrijwel nooit voor. Snoekbaarslarven krijgen het in ons land dan ook moeilijk in koude voorjaren of zomers. Indien de watertemperatuur in het voorjaar en in de zomerperiode hoog is, en het voedselaanbod voor de jonge snoekbaarsjes voldoende is, kan er een sterke jaarklasse ontstaan. De jonge snoekbaarzen kunnen onder deze gunstige omstandigheden in het eerste jaar een lengte bereiken van 18 tot 20 centimeter. Snoekbaars van dit formaat is veel minder kwetsbaar en heeft meer kans op overleving.

Voedsel

In eerste instantie leven de snoekbaarslarven van reservevoed­sel uit hun dooierzakje. Snoekbaarsjes van circa 6 mm tot 2 cm lengte eten allerlei soor­ten plankton en kleine waterdiertjes. Bij een lengte van 4 tot 10 cm schakelen de kleine snoekbaarsjes langzaam aan over op het eten van visbroed. Hoe vroeger de snoekbaarsjes vis gaan eten, des te groter ze zijn aan het eind van het eerste levensjaar. Een probleem hierbij kan optreden als de watertemperatuur zo laag is dat het witvisbroed, waar van ze moeten leven, het snoek­baarsbroed voorbij groeit. De kleine snoekbaarsjes kunnen de sneller groeiende witvis dan niet meer "aan". Hun voedselaan­bod is dan zo beperkt, dat ze aan het eind van de zomer klein zijn en in een slechte conditie verkeren. Na de winterperiode blijkt vaak, dat er van zo'n zwakke jaarklasse bijna geen vissen meer over zijn. Uit maagonderzoek van grotere snoekbaarzen is gebleken dat deze bij hun jacht op prooivis hun jongere soortge­noten niet ontzien. Evenals bij de snoek komt dus ook bij de snoekbaars kannibalisme voor.

Om regelmatig Snoekbaars tegen te komen bij het duiken zal je de duiken moeten plannen in de schemering of tijdens de nachtelijke en zeer vroege uurtjes.. Weer een reden om het in de late avond te doen!!! Kortom, een schuwe, maar schitterende vis om te zien.

 

Henk Stegehuis
 
< Vorige   Volgende >
 
Advertenties
Advertisement

Advertisement

Advertisement

Advertisement

Advertisement

Activiteiten kalender
« < sep 2010 > »
Ma Di Wo Do Vr Za Zo
30 31 1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 1 2 3